Dutch

Dat Moment

Dat moment dat alles ineens op een uit de hand gelopen grap begint te lijken en je niet meer zo goed weet wat je met jezelf aan moet.

Dat moment dat alles even lijkt te zweven en je de enige bent die nog met beide benen op de grond lijkt te staan.

Dat moment dat je je beseft dat je, toen je vier jaar was, eigenlijk alles al voor elkaar had en er een eenvoudigere manier was geweest.

Dat moment dat je niet meer uit je woorden komt en er ongemakkelijk een einde aan probeert te breien terwijl iedereen naar je kijkt.

Dat moment dat je favoriete schoenen niet meer passen en je wanhopig op zoek moet naar een tweede paar en uiteindelijk zonder schoenen en drie nieuwe mascara’s thuiskomt.

Dat moment dat je met een volgepropte koffer op Schiphol staat en je realiseert dat je paspoort nog op de keukentafel ligt.

Dat moment dat je een T-shirt koopt dat eigenlijk vijf maten te groot is en het wilt gebruiken als pyjama, maar het vervolgens een week non stop draagt omdat het zo comfortabel is.

Dat moment dat je een te dure rugzak aanschaft, omdat de oude niet meer voldoet en dan alsnog de oude gebruikt.

Dat moment dat je moeder roept dat het eten op tafel staat en je dan nog tien minuten moet wachten, omdat de rijst nog niet gaar is.

Dat moment dat je met je strandstoel in Zuid-Frankrijk zit en je realiseert dat regen toch ook wel fijn is.

Dat moment dat zich in je hoofd steeds afspeelt en uiteindelijk niet echt blijkt te zijn.

Dat moment dat de kerstboom in februari nog staat, omdat je nog geen afscheid kunt nemen van de gezelligheid.

Dat moment dat je twee nieuwe glazen worden aangeboden en je niet zo goed weet hoe je daar nou weer op moet reageren.

Dat moment dat je vol goede moed een fles water naast je bed zet, die leeg drinkt en dan nooit meer bijvult.

Dat moment dat je een treinkaartje koopt en de conducteur je vraagt of je niet te oud bent voor een jongerenticket.

Dat moment dat je hoofd ineens alles lijkt te begrijpen en zich naast bezorgd ook vooral erg opgelucht voelt.


Eenzame Schoonheden

Ik stel me voor hoe jij anderhalf uur bij een lege bushalte staat omdat ik me expres versliep. Hoe jij gefrustreerd je handen door je haren haalt en zuchtend nog een sigaret opsteekt.
Ik kom niet, laat je wachten. Kan me eigenlijk ook niet schelen dat je eenzaam in de wereld staat te zijn. Je verwart me. Wanneer je me aanstaart met die blauwe ogen lijkt het net alsof je kunt zien dat ik van halve dingen houd. Dat ik als klein meisje viel op de midgetgolf baan, hoeveel ik houd van fristi met een rietje en dat ik het liefst met vlechten langs mijn wangen en gekleed in wijde jurkjes schommelde, tenen door het gras.
Jij vult mijn stiltes. Jij snapt mij vanuit je eigen uitzicht. Dat is genoeg.
Vorige week nog zat je me achterna. Ik rende voor je uit, giechelend van pret, en jij schreeuwde dat je mij bijna had. Was ook zo. Het was toen zeven uur ’s ochtends; verliefdheid haalt je uit je ritme.
Ik verloor mezelf in dingen die ik nooit tegen je had gezegd. Je keek me weer aan.
Ik bedacht me gisteren dat ik je niet durf. Alles is zoveel en ik ben zo weinig.
En nu sta je daar. Ik had gekeken; buiten was het koud en het waaide een beetje.
Ik stel me opnieuw voor hoe jij daar bent. Schoppend tegen de kiezels van het tuinpad naast het hokje. Stilletjes vloekend, op het randje van niet meer weten. Niemand staat te springen voor mensen op de rand.
Een briesje deed je lokken wapperen, je besefte dat je me niet kent.
Ik wou dat we meer konden zijn. Meer dan dit. Vriendschap was te weinig, liefde misschien te veel. Ik weet niet wat er komen gaat en ook niet wat ik wil.
Ik wil alles met je, maar ik ben altijd al verliefd geweest op eenzame schoonheden.

Arnhem

Straks loop ik door de straten van mijn nieuwe stad die eigenlijk mijn oude is. Met een lege rugzak die klaar is om gevuld te worden met nieuwe avonturen. Een winterwind om mijn sproetenwangen, mijn haren in een warrige knot bovenop mijn hoofd en een knalgele sjaal die over mijn groene jas is geknoopt. Handen in mijn zakken doe ik alsof ik toerist ben in mijn eigen stad. En terwijl de lichtjes knipperen in de bomen en me vertellen dat er binnenkort een kerstfeestje zal zijn, geniet ik met een glimlach van het oude onbekende.


Amsterdam-Zuid

Ik miste je wel eens. Je warmte, je lach en je kijk op de wereld. Nu ik hier zo zat, in mijn eentje, vroeg ik me af waarom je gegaan was. We hadden het toch goed samen? We waren trotse eigenaars van een klein appartement in Amsterdam-Zuid, hadden een rode kater die waarschijnlijk iets te dik was en hadden genoeg koffiekopjes voor eventuele visite. Soms kochten we zelfs een nieuwe afwasborstel. Alles was schoon, net rommelig genoeg en we hielden van elkaar. Althans, in mijn beleving.
Jij vond dat alles je teveel was, zag jezelf als te weinig. Je wilde weg. Toen je me dat zei, geloofde ik je niet. Waarom zou je dat willen? Alles was prima. Maar jij wilde geen prima, jij zocht een genoeg. Een tevreden, misschien wel een beter. Ik was het niet voor jou. Dus je ging. En bracht me in deze godverdoms verwarde staat.
Ik hield van je, omdat je zo oprecht  bezorgd naar mij kijken kon. Alsof het je allemaal echt iets kon schelen.


Oktoberwind

Terwijl jij met je tenen door het warme zeewater liep, slenterde ik over een markt in de oktoberwind. Ik had het koud, was wat verdrietig en kon eigenlijk wel een lief woord gebruiken. Dat mijn moeder me aan mijn arm nam en een warme stroopwafel voor me kocht, zag ik als een kleine troost. Wat kon ik ook zeggen? Je was er niet, kwam ook niet, en zou ook nooit blijven. En het geeft niet dat het pijn doet, want zonder pijn is het niet echt.


Ongezouten Echt

Slenterend door een menigte mensen realiseerde ik me wie ik ben. Ik ben verward, verliefd en heb een zwak voor eenzame schoonheden. Ik was een echt mens, een mooi mens. Ik ging niet op in de mensenmassa, ik viel er een beetje naast. Tussen alle wollen sokken, broodjes beenham en kermisattracties was ik de grootste idioot. Ik hield van leven, te dure hoeden en alle boeken die ik vinden kon. Mijn hart ging uit naar iedereen in Afrika en ik wenste vaak dat ik later tevreden zou zijn. Toch had ik ook een angst voor later en Afrika, was ik bang om te lezen en vond ik leven hetzelfde als iedere dag een beetje meer doodgaan. Ik was bang voor de onuitgesproken woorden en ongezouten meningen van een ieder op die markt. Misschien was ik wel lelijk, of een klein beetje te dik. Misschien ook wel gemeen en een tikje te naïef. Maar ik was wel echt.


Portugees Tij

Mijn tenen zijn in strijd met het tij.
Ik voel hoe de golven zachtjes knabbelen en zich dan terug trekken in zee.
Woest grommende schuimkoppen en de bekende geur van zout water.
Delen kan ik het niet, wil ik ook niet.
Laat deze dag de mijne zijn, verklap hem niet aan morgen.


Trots

Vanaf mijn plekje in de haven kijk ik naar de vliegtuigen. De één na de ander, afgeladen met enthousiaste vakantiegangers. Mij zien ze niet. Gelukkig. Ik vraag me af of jij er tussen zit, gespannen wachtend op niet bestaande blijdschap. Ik ga niet toegeven dat ik je mis. Ik blijf rustig zitten, balend van mezelf, luisterend naar The Killers.


Ondertussen

Het is eb.
De mensen in Lissabon maken hun laatste wandeling. Bij het caféetje rechts van me speelt een oude man op een gitaar, zijn lijflied bijna uitspuwend. Langzaam flikkeren er meer lichtjes aan de horizon. Een enkele zeilboot zet koers naar wal, lampen dovend.
De wind neemt toe.
Alles voelt even op zijn plek, maar vallen doe ik nog steeds.